AFM: Brochure ING Toprekening niet misleidend, maar onvoldoende duidelijk
Zaterdag 24 Oktober 2009 09:53
De informatieverstrekking over de ING Toprekening van ING was niet misleidend, maar onvoldoende duidelijk. Dit heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) na onderzoek vastgesteld. De AFM beoordeelde de brochure naar aanleiding van vele klachten van consumenten die bij de AFM waren binnengekomen.

ING had eind 2008 naar het oordeel van de AFM in de brochure voor deze spaarrekening duidelijker moeten aangeven dat de spaarrente na een half jaar afhankelijk zou worden van de marktrente. Consumenten klaagden dat zij door de brochure de indruk kregen dat de rente op 4 procent zou worden vastgesteld. In werkelijkheid kwam de rente fors lager uit.

De AFM heeft ING laten weten dat de eerdere informatieverstrekking onvoldoende duidelijk was, en heeft de bank gewezen op haar verantwoordelijkheid om klanten op duidelijke wijze te informeren over producten.

Verder merkt de AFM op dat “juist in deze tijd is het belangrijk dat consumenten goede informatie krijgen over financiële producten, ook over relatief eenvoudige producten als spaarrekeningen. Dit past bij het centraal stellen van de klant door banken en verzekeraars, een speerpunt in het toezicht van de AFM. Het bevordert het vertrouwen in de financiële markt.”

Wat betekent deze uitspraak voor de collectieve actie die TeekensKarstens  is gestart?
Volgens de Wet Oneerlijke Handelspraktijken is een handelspraktijk waarbij essentiële informatie wordt weggelaten, misleidend. De Wet Oneerlijke Handelspraktijken noemt dit een misleidende omissie.  Een consument is op deze manier namelijk niet in staat om een ‘geïnformeerd’  besluit te nemen. Een geïnformeerd besluit is een besluit waarbij alle essentiële kenmerken van het product bekend zijn. Wij stellen ons op het standpunt dat een rentepercentage bij een spaarproduct essentiële informatie is.

Verder zegt de Wet Oneerlijke Handelspraktijken dat van een misleidende omissie eveneens sprake is indien essentiële informatie verborgen wordt gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laat verstrekt wordt. De AFM concludeert dat de informatieverstrekking van de ING onvoldoende duidelijk was. Omdat uit de Wet Oneerlijke Handelspraktijken volgt dat essentiële informatie op een duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze en tijdig moet worden verstrekt zien wij in de uitspraak van de AFM een bevestiging van ons standpunt.
 
Voor meer informatie omtrent deze zaak kunt u contact opnemen met mr Lucia Melcherts. E-mail: Dit emailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft javascript nodig om het te kunnen bekijken
 
  • Nederlands (NL-BE)
  • English (United Kingdom)