logo

Statuten versus aandeelhouders-overeenkomst: wat legt u vast en waarin?

20 november 2021

Uit onze praktijk: om problemen te voorkomen is het verstandig om belangrijke onderlinge afspraken goed vast te leggen met uw partners / aandeelhouders. In deze blog gaan we in op wat u kunt vastleggen en waarin.

In aanvulling op de statuten van een B.V. wordt door aandeelhouders veelvuldig gekozen voor het neerleggen van aanvullende afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst. In deze blog zetten we op een rij wat het verschil is tussen de statuten en een aandeelhoudersovereenkomst. Daarnaast zetten we regelingen op een rij die in een aandeelhoudersovereenkomst kunnen worden opgenomen.

Statuten versus aandeelhoudersovereenkomst

Bij iedere B.V. geldt dat in de statuten de ‘basisspelregels’ zijn neergelegd, zoals opgenomen in de oprichtingsakte van de vennootschap of in een latere statutenwijziging.

  • Deze statutaire regelingen gelden ongeacht hoeveel aandeelhouders en bestuurders op enig moment bij de B.V. zijn betrokken.
  • Een aandeelhoudersovereenkomst geldt enkel ten aanzien van de partijen van deze overeenkomst zodat bij toe- of uittreding van een aandeelhouder een gewijzigde overeenkomst dient te worden getekend.

Door de inschrijving van de statuten in het handelsregister is de inhoud van de statuten openbaar. Hierdoor kunnen externe partijen bijvoorbeeld nagaan wie bevoegd is om namens een vennootschap te handelen en of deze (rechts)persoon zelfstandig hiertoe bevoegd is.

Deze statuten zijn niet geschikt voor het neerleggen van aanvullende contractuele (bijvoorbeeld financiële) afspraken tussen aandeelhouders omdat de statuten niet het karakter hebben van een contract. Hiernaast speelt dat de statuten worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, wat ertoe zou leiden dat deze afspraken openbaar worden indien dit in statutaire bepalingen zou worden opgenomen.

Bepalingen in statuten en aandeelhoudersovereenkomst kunnen tegenstrijdig zijn. Welke bepaling is leading? 

Hoewel de bepalingen in de aandeelhoudersovereenkomst doorgaans gelden als aanvulling op de statuten, kan het zo zijn dat bepalingen uit de aandeelhoudersovereenkomst in strijd zijn met de statuten. In dat geval geldt als hoofdregel dat de bepalingen in de statuten voorrang hebben, maar bij uitzondering kan het ook zo zijn dat de bepalingen uit de aandeelhoudersovereenkomst prevaleren boven de statutaire bepaling. Zo is in jurisprudentie duidelijk geworden dat in de aandeelhoudersovereenkomst kan worden bepaald dat deze overeenkomst in dat geval voorrang heeft boven de statuten.

Volgens rechtspraak kunnen deze afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst (die vaak meer specifiek zijn geschreven op de betreffende situatie) voorrang hebben en daarmee vennootschapsrechtelijke werking toekomt in de B.V., tenzij het belang van de vennootschap hierdoor op onaanvaardbare wijze wordt geschaad.

Voorbeelden regelingen

Hieronder behandelen wij enkele onderwerpen waarover in een aandeelhoudersovereenkomst (onder meer) regelingen kunnen getroffen.

Aanvullende aanbiedingsregeling

Hoewel ook in de statuten veelal situaties zijn weergegeven waarin een aandeelhouder verplicht is zijn/haar aandelen aan te bieden aan de mede-aandeelhouders, worden deze gronden in een aandeelhoudersovereenkomst vaak aangevuld. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat een aandeelhouder zijn/haar aandelen ook moet aanbieden ingeval:

  • een aandeelhouder langdurige arbeidsongeschikt wordt of om een andere reden langdurig minder uren zal werken in de vennootschap;
  • een aandeelhouder een bepaalde leeftijd heeft bereikt, en/of
  • er sprake is van een geschil in de vennootschap.

Prijsbepalingsregelingen

Indien een aandeelhouder is verplicht zijn aandelen in de vennootschap aan te bieden aan de mede-aandeelhouder(s), dan hebben deze mede-aandeelhouders het recht om deze aandelen – naar rato van hun aandelenbelang – af te nemen maar dient hiervoor wel de economische waarde te worden betaald. Op dit gebied kan de aandeelhoudersovereenkomst bepalen op welke wijze deze prijs zal worden bepaald, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij een berekening op basis van de omzet- of winstcijfers of door een specifieke waarderingsmethode hierop van toepassing te verklaren.

In het verlengde van de aanvullende aanbiedingsregelingen wordt veelal een onderscheid gemaakt tussen:

  • een ‘Bad Leaver-situatie’ zoals bij ontslag (van de aandeelhouder als bestuurder) op staande voet, waarbij een korting op de koopprijs voor de aandelen wordt toegepast, en
  • een ‘Good Leaver-situatie’ in andere gevallen, waarin de economische waarde van de aandelen zal worden toegepast.

Naast betalingen over de toe te passen onderlinge prijs is het aan te raden om een betalingsregeling op te nemen die inhoudt dat de overnemende aandeelhouder de koopprijs voor de betreffende aandelen niet in een som ineens hoeft te voldoen, maar de mogelijkheid heeft om deze koopprijs gedurende een bepaalde periode in termijnen te voldoen.

Kapitaalstorting

Zonder een hiertoe strekkende afspraak tussen aandeelhouders op dit punt, is een aandeelhouder niet verplicht om een aanvullende kapitaalstorting te doen indien de vennootschap op enig moment met een liquiditeitstekort kampt. In een aandeelhoudersovereenkomst kan worden bepaald in welke gevallen aandeelhouders kunnen worden verplicht mee te werken aan een kapitaalinjectie in de vennootschap en tot welk maximum deze inbrengverplichting zal gelden.

Dividendafspraken

In het verlengde van een mogelijke kapitaalstorting, kunnen aandeelhouders ook hun algemene dividendbeleid neerleggen in de overeenkomst. Hierin wordt bepaald in hoeverre de eventuele winst van de vennootschap zal worden uitgekeerd aan de aandeelhouders ofwel zal worden toegevoegd aan de reserves van de vennootschap voor het doen van toekomstige investeringen.

Verkoop van aandelen aan een derde

Als een meerderheidsaandeelhouder een bod van een derde krijgt voor verkrijging van 100% van de aandelen in de vennootschap, dan kan een bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst ervoor zorgen dat hij/zij een minderheidsaandeelhouder onder bepaalde voorwaarden kan verplichten ook diens aandelen verplicht mee te verkopen in deze deal. Aangezien een externe partij doorgaans voornamelijk geïnteresseerd zal zijn in een verkrijging van het gehele aandelenkapitaal, voorkomt een dergelijke ‘drag along’-regeling dat een minderheidsaandeelhouder deze voorgenomen overname kan dwarsbomen.

Een spiegelbeeld van deze bepaling is de zogenaamde ‘tag along’-regeling, op basis waarvan een minderheidsaandeelhouder het recht krijgt om betrokken te worden in een voorgenomen overdracht door een meerderheidsaandeelhouder van diens aandelen aan een externe partij.