Terug naar nieuwsoverzicht

Insolventie en Herstructurering

Tanken op de rand van het faillissement: een duur gelag voor bestuurders

10 maart 2026

Als bestuurder draag je verantwoordelijkheid zolang je vennootschap actief is, maar die verantwoordelijkheid houdt niet op op het moment dat een faillissement onvermijdelijk wordt. Integendeel: juist in de periode vlak voor een faillissementsaanvraag zijn de risico's op persoonlijke aansprakelijkheid hoog. Een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland maakt dat op indringende wijze duidelijk.

Een brandstofhandelaar had een transportonderneming in financiële problemen financieel de hand gereikt. Partijen werkten samen aan een reddingsplan: de bestuurders zouden hun onroerend goed verkopen, met de opbrengst zouden schuldeisers worden afgelost, en de transportonderneming zou op een andere leest worden geschoeid. In afwachting van de uitvoering van dat plan verstrekte de brandstofhandelaar geldleningen en liet hij de transportonderneming op rekening tanken. Als zekerheid voor die financiering werd in een notariële akte een pandrecht gevestigd op bedrijfsmiddelen van de transportonderneming. De bestuurders garandeerden daarin uitdrukkelijk dat die goederen vrij waren van andere pandrechten of beslagen.

Dat bleek niet te kloppen. Rabobank had in 2016 al een eerste pandrecht op dezelfde goederen gevestigd. Toen het reddingsplan in maart 2025 definitief van tafel bleek en de transportonderneming het eigen faillissement aanvroeg, wees de curator het pandrecht van de brandstofhandelaar af. De brandstofhandelaar stelde de bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor ruim € 206.000 en baseerde dat op schending van de zogeheten Beklamel-norm.

De Beklamel-norm, afgeleid van een arrest van de Hoge Raad uit 1989, houdt kort gezegd in dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden als hij namens de vennootschap verplichtingen aangaat terwijl hij weet, of redelijkerwijs behoort te begrijpen, dat de vennootschap die verplichtingen niet zal kunnen nakomen. De rechtbank beoordeelde twee afzonderlijke verwijten en kwam tot twee verschillende uitkomsten.

Het eerste verwijt betrof de garantie over het pandrecht. De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat een tweede pandrecht wordt verstrekt in plaats van een toegezegd eerste pandrecht, onvoldoende is om een schuldeiser schade te laten leiden en de Beklamel-norm te schenden. Cruciaal was dat beide partijen op het moment van het sluiten van de afspraken en het vestigen van het pandrecht nog volop bezig waren met de uitvoering van het reddingsplan. De bestuurders gingen er tot kort voor het faillissement van uit dat Rabobank met de verkoopopbrengst van het onroerend goed zou worden afgelost, waarna het pandrecht van de brandstofhandelaar automatisch naar de eerste rang zou opschuiven. Pas in maart 2025 bleek dat het plan niet meer haalbaar was. Omdat de bestuurders bij het aangaan van de verplichtingen niet wisten en redelijkerwijze ook niet behoefden te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen, was van een Beklamel-schending geen sprake. De vordering van ruim € 200.000 die aan dit verwijt was gekoppeld, werd integraal afgewezen.

Het tweede verwijt raakte wél doel. In de week vlak voor het faillissement had de transportonderneming nog brandstof op rekening getankt. De rechtbank was hierover helder: wie op eigen aangifte failliet wordt verklaard, heeft dat verzoek zelf ingediend. Dat betekent dat de bestuurders in de week voorafgaand aan die verklaring wisten, dan wel redelijkerwijze behoorden te weten, dat de vennootschap haar betalingsverplichtingen niet meer zou kunnen nakomen. Door in die periode toch nog brandstof op rekening af te nemen, hebben zij bewerkstelligd of toegelaten dat recent aangegane verplichtingen niet meer werden nagekomen. De rechtbank veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling van € 6.220,78, het onbetaalde saldo van de factuur over de periode 17 tot en met 25 maart 2025, na aftrek van wat de brandstofhandelaar via de curator had terugontvangen op grond van eigendomsvoorbehoud.

Voor de brandstofhandelaar was het resultaat een schrale troost: hij vorderde ruim € 206.000 en ontving uiteindelijk minder dan 3% van zijn vordering. De proceskosten werden gecompenseerd.

Uitspraak: Rechtbank Gelderland, 7 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:502.

Wat kun een bestuurder hiervan leren?

De kern van deze uitspraak is dat het indienen van een eigen faillissementsverzoek juridisch een keerpunt markeert. Wie dat verzoek indient, kan achteraf niet volhouden dat hij niet wist hoe slecht het er financieel voor stond. Verplichtingen die in de onmiddellijk daaraan voorafgaande periode worden aangegaan, ook als het gaat om de voortzetting van bestaande leveranties, kunnen leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. De boodschap is eenvoudig: leg de pen neer zodra de faillissementsaanvraag in voorbereiding is.

Tegelijkertijd laat deze uitspraak zien dat een reëel herstelplan dat door beide partijen wordt gedragen, bij de beoordeling van aansprakelijkheid zwaar weegt. Feiten en tijdlijn zijn daarin doorslaggevend. Voor bedrijven die leverancier of financier zijn van een onderneming in nood, biedt deze zaak eveneens een les: laat gevestigde zekerheden altijd controleren voordat financiering wordt verstrekt. Een tijdige check had de brandstofhandelaar een veel sterkere positie kunnen opleveren.

Verkeer jij als bestuurder in zwaar financieel weer, of heeft jouw bedrijf te maken met een afnemer of schuldenaar die op omvallen staat? Dan is het verstandig vroegtijdig juridisch advies in te winnen. Het insolventie- en herstructureringsteam van TK adviseert zowel bestuurders als schuldeisers over hun positie, de risico's op aansprakelijkheid en de beschermingsmogelijkheden die het recht biedt. Of het nu gaat om de beoordeling van zekerheidsrechten, het in kaart brengen van bestuurdersrisico's of het voeren van een procedure: wij staan voor je klaar.

Twijfel je over jouw positie als bestuurder of heb je te maken met een onderneming in financiële problemen?

Neem vrijblijvend contact op met Milko Spaa of één van de andere professionals uit het team Insolventie & Herstructurering.