Op 17 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep geoordeeld dat werkplatform Temper moet worden aangemerkt als uitzendbureau en dat de via het platform werkzame personen de status van uitzendkracht hebben. De uitspraak trekt een duidelijke lijn door in een reeks rechterlijke oordelen over de juridische kwalificatie van werkenden via digitale platforms.
De zaak in het kort
Temper exploiteert een online platform waarop werkenden en opdrachtgevers elkaar vinden voor kortlopende opdrachten. Temper positioneerde de werkenden als zelfstandige ondernemers die via het platform op eigen initiatief klussen verwerven. De vakbonden FNV en CNV stelden zich op het standpunt dat van schijnzelfstandigheid sprake is en dat Temper feitelijk functioneert als uitzendbureau. De rechtbank wees de vordering van de vakbonden in eerste aanleg af, maar het hof komt in hoger beroep tot een ander oordeel: de relatie tussen Temper en de werkenden kwalificeert wél als een uitzendovereenkomst.
Het hof baseert dit oordeel op een samenstel van omstandigheden. Temper beheert de contractuele verhoudingen en de betalingsstroom. De werkenden verrichten geen specialistisch werk, maar zijn onderdeel van de kernactiviteit van de inlenende onderneming. Zij lopen nauwelijks ondernemersrisico en ontvangen een relatief laag uurtarief. Van reële zelfstandigheid is daarmee volgens het hof geen sprake. Het gezag is weliswaar gedeeld tussen Temper en de inlener, maar dat staat aan kwalificatie als uitzendverhouding niet in de weg. Integendeel, dat is juist het wezenskenmerk van de uitzendovereenkomst.
Een uitspraak in lijn met eerdere rechtsontwikkeling
Het Temper-arrest past naadloos in een consistente lijn van jurisprudentie over de kwalificatie van platformwerkers. De Hoge Raad zette met het Deliveroo-arrest de toon voor de huidige benadering. De Hoge Raad bevestigde dat de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien, waarbij de bedoeling van partijen bij de contractuele etikettering slechts beperkt gewicht toekomt. Het platform Deliveroo had zijn bezorgers bewust als zelfstandigen gekwalificeerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke verhouding de kenmerken droeg van een arbeidsovereenkomst. In dezelfde lijn oordeelde het Gerechtshof Amsterdam eerder dat de schoonmakers van platform Helpling als uitzendkrachten moeten worden beschouwd.
Verder zijn er de uitspraken over Uber en Getir, waarbij rechters eveneens oordeelden dat de ogenschijnlijk zelfstandige chauffeurs respectievelijk bezorgers in juridische zin werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst of daarmee gelijk te stellen verhouding. Steeds terugkerende elementen zijn het ontbreken van reëel ondernemersrisico, de afhankelijkheid van het algoritmisch aangestuurde platform en de inbedding van de werkzaamheden in de kernactiviteit van de inlenende partij.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De uitspraak heeft directe praktische consequenties voor Temper en vergelijkbare platforms. Nu de werkenden als uitzendkrachten worden aangemerkt, hebben zij in beginsel recht op de arbeidsrechtelijke bescherming die daarmee samenhangt: vakantiedagen, vakantietoeslag en de overige aanspraken die voortvloeien uit de toepasselijke cao voor uitzendkrachten. Loonvorderingen over het verleden liggen daarmee in het verschiet.
Temper heeft aangegeven de uitspraak te betreuren en cassatie bij de Hoge Raad te overwegen. Daarbij is van belang dat het hof de uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard, zodat hangende cassatie de feitelijke tenuitvoerlegging nog op zich laat wachten.
Conclusie
Het Temper-arrest is een volgende bouwsteen in een rechtsontwikkeling die inmiddels een duidelijke richting heeft gekozen: platforms die werkenden inzetten voor reguliere arbeid bij derden, zonder dat die werkenden reëel ondernemersrisico lopen of specialistische diensten verlenen, zullen al snel als uitzendbureau worden gekwalificeerd.
Voor ondernemingen die gebruikmaken van platformwerkers geldt ook dat zij dienen te beseffen dat die constructie juridisch kwetsbaar is, waarbij mogelijk handhavingsrisico's op de loer liggen. Arbeidsrechtelijk advies over en evaluatie van het gebruik van platformwerkers is geen overbodige luxe, maar noodzaak.
Hoe zorgt TK ervoor dat je verder kunt?
De regels rondom platformwerk veranderen snel. Deze uitspraak laat zien dat rechters steeds vaker kijken naar hoe een samenwerking in de praktijk werkt, en niet alleen naar wat er op papier staat. Maakt jouw organisatie gebruik van platformwerkers of werk je met zelfstandigen? Dan is het verstandig om op tijd te laten beoordelen of die constructie nog past binnen de huidige regels. Wiebe of één van de andere professionals uit het team denken graag mee over de risico's én de mogelijkheden.