logo

Gevolgen ‘Wet Arbeidsmarkt in Balans’ voor flexwerk

19 juni 2019

Na de nodige kritiek stemde de Eerste Kamer op 28 mei 2019 uiteindelijk alsnog in met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). De naam is ontleend aan het doel, namelijk ‘balans aanbrengen tussen vaste dienstverbanden en flexibel werk’. Toch bestaat er veel twijfel of de wet gaat leiden tot meer vaste dienstverbanden.

De WAB bevat diverse maatregelen, waarvan de meeste ingaan per 1 januari 2020. Vanaf die datum krijgen werkgevers te maken met nieuwe regels voor ontslag, WW(-premies) en flexwerk. Zo zijn in de WAB de volgende maatregelen opgenomen:

  • Er ontstaat weer na drie (in plaats van twee) jaar een vast contract. Het maximaal aantal tijdelijke contracten binnen die periode, blijft drie en de tussenpoos om de keten te doorbreken blijft minimaal zes maanden. Wel kan bij cao worden afgesproken deze te verkorten naar drie maanden.
  • Een werknemer bouwt vanaf het begin van zijn arbeidsovereenkomst (dus niet na twee jaar) al transitievergoeding op, maar geen hogere vergoeding bij een dienstverband van tien jaar of langer.
  • Door een ‘cumulatieve ontslaggrond’ (opstelsom-, of ‘i-grond’) kan een werkgever met een ontbindingsverzoek bij de rechter straks wél verschillende ontslaggronden met elkaar combineren.
  • Een werkgever moet jaarlijks een vaste arbeidsomvang aanbieden aan flexwerkers met een nuluren- of min-maxcontract (gebaseerd op de gemiddelde arbeidsduur in de voorafgaande twaalf maanden) en oproepkrachten minstens vier dagen van tevoren oproepen (tenzij de cao anders stelt).
  • Payroll valt niet meer onder uitzendwerk waardoor payrollbedrijven geen uitzendbeding en ruimere ketenbepaling meer hebben voor hun werknemers, die daarnaast recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de werkgever in dienst zijn. De verplichting om voor een adequate pensioenregeling te zorgen voor payrollwerknemers, is uitgesteld naar 1 januari 2021.
  • Werkgevers gaan een lage WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract.

Het duurder maken van flexibele arbeid en de opbouw van een transitievergoeding vanaf de eerste werkdag ook voor flexwerkers, leidt tot meer kosten voor werkgevers. Een sector als de bouw wordt onevenredig hard getroffen, omdat daar veel behoefte is aan flexibele krachten in samenhang met de bouwprojecten en omdat die sector erg conjunctuurgevoelig is gebleken.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat de WAB onderdeel is van een bredere aanpak. Zo zijn er inmiddels afspraken gemaakt rondom de loondoorbetaling bij ziekte, is er overleg met sociale partners over een pensioenakkoord, is er een onafhankelijke commissie die eind dit jaar met voorstellen en aanbevelingen moet komen over het ‘reguleren van werk’ en wordt er gewerkt aan een opvolger voor de wet DBA met regelgeving rondom ‘de zzp-er’.

TK blijft dit volgen en informeert u over nieuwe ontwikkelingen.