Terug naar nieuwsoverzicht

IE, IT en Privacy

Auteursrecht op werken van toegepaste kunst

05 februari 2026

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft op 4 december 2025 een arrest gewezen over auteursrechtelijke bescherming van werken van toegepaste kunst in de gevoegde zaken Mio & Konektra. Werken van toegepaste kunst zijn gebruiksvoorwerpen, zoals bijvoorbeeld meubels, kledingstukken en (vouw)fietsen. Het ging in het arrest Mio & Konektra over vermeende namaakversies van designmeubelen, specifiek over een tafel en een modulair kastensysteem. Zowel de Duitse als de Zweedse rechter stelde vervolgens prejudiciële vragen aan het HvJ EU over de uitleg van het werkbegrip in het auteursrecht. De centrale vraag in dit arrest was wanneer een werk van toegepaste kunst een auteursrechtelijk beschermd werk is.

Auteursrecht en modelrecht

De eerste vraag die het HvJ EU beantwoordde was wat de verhouding is tussen de bescherming onder het auteursrecht en de bescherming onder het modelrecht. In 2019 heeft het HvJ EU in het Cofomel-arrest bepaald dat bescherming onder het auteursrecht en modelrecht gezamenlijk mogelijk is, maar dat dit slechts in bepaalde situaties kan worden overwogen.

In dit arrest benadrukt het HvJ EU dat beide leerstukken twee aparte vormen van bescherming zijn en dat de voorwaarden voor bescherming apart moeten worden beoordeeld. Er bestaat dus geen regel-uitzondering-relatie tussen modelrechtelijke bescherming en auteursrechtelijke bescherming. Als een werk voldoet aan beide toetsen, dan kan het worden beschermd onder het auteursrecht en het modelrecht.

Striktere vereisten?

Belangrijk is verder dat het HvJ EU in dit arrest bevestigt dat werken van toegepaste kunst op dezelfde manier moeten worden beoordeeld als andere werken. Voor werken van toegepaste kunst gelden dus geen striktere vereisten om bescherming onder het auteursrecht te verkrijgen.

Kwalificatie van een werk

Een werk is auteursrechtelijk beschermd als het oorspronkelijk is, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is. Noodzakelijk is dat het voorwerp de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die maker door uitdrukking te geven aan zijn vrije en creatieve keuzes. Daarbij geldt in het algemeen dat keuzes die alleen door een technische functie of andere dwingende eisen worden bepaald, niet als vrije en creatieve keuzes kwalificeren.

Volgens het HvJ EU gaat het hierbij alleen om keuzes van de maker die zichtbaar zijn in het voorwerp, wat betekent dat de rechter alleen rekening kan houden met het scheppingsproces en de bedoeling van de maker voor zover deze zichtbaar zijn in het voorwerp zelf.

De enige vereiste is dat het voorwerp de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt. De mate waarin het voorwerp artistiek of esthetisch kan worden gezien, is dus geen voorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming. Ook de presentatie van een voorwerp in kunsttentoonstellingen of musea en de erkenning ervan in vakkringen is niet noodzakelijk of doorslaggevend in het bepalen of een werk auteursrechtelijk beschermd is.

Oorspronkelijkheid moet worden beoordeeld op basis van de situatie van het moment van creatie, waarbij het gebruik van bestaande elementen auteursrechtelijke bescherming niet per definitie uitsluit. Ook het gebruik van bestaande elementen kan oorspronkelijk zijn, als de maker zijn creatieve keuzes tot uitdrukking heeft gebracht door de schikking van deze elementen. Ook als de maker zich baseert op zijn eigen eerdere werken en een 'variant' is van zijn eigen werk, kan hij auteursrechtelijke bescherming genieten als de overgenomen elementen aanwezig zijn en die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen.

Inbreuk

Er is sprake van een inbreuk op een auteursrecht beschermd werk, als herkenbare creatieve elementen van het beschermde werk zijn overgenomen in het inbreukmakende voorwerp. Dit is ook het geval als ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt van een klein deel van het werk, zo lang dat gedeelte uitdrukking geeft aan de eigen intellectuele schepping van de auteur.

Het draait hierbij specifiek om de creatieve elementen die op een herkenbare manier zijn overgenomen. Het feit dat dezelfde algemene visuele indruk wordt gewekt door twee conflicterende voorwerpen, een norm uit het modellenrecht, en de mate van oorspronkelijkheid van het betrokken werk zijn hierbij niet beslissend. Hiermee lijkt het HvJ EU afstand te doen van het Nederland vaak gehanteerde "totaalindrukkencriterium", waarin wordt geoordeeld of het vermeend inbreukmakend voorwerp dezelfde totaalindruk wekt als het auteursrechtelijk beschermde werk.

Meer informatie of vragen?

Concluderend, het HvJ EU bevestigt met dit arrest dat werken van toegepaste kunst dezelfde bescherming onder het auteursrecht hebben als andere werken, dat bij inbreuk moet worden gekeken naar de overname van beschermde elementen en dat het totaalindrukkencriterium naar alle waarschijnlijkheid niet het juiste criterium is. Het HvJ EU vult echter niet in wanneer iets 'de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt'. Dit zal de komende jaren door de Nederlandse rechtspraak worden geïnterpreteerd.

Wil je meer weten? Neem dan gerust contact op met Maurits.