Terug naar nieuwsoverzicht

Vastgoed en Projectontwikkeling

Onderhoud, investeringen en verduurzaming van schoolgebouwen

Een lekkend dak, een verouderde cv-installatie of een lokaal dat niet meer past bij het onderwijs van nu. Elk schoolbestuur krijgt hiermee te maken. Het juridische antwoord op de vraag wie de rekening betaalt, is echter minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Onderhoud, verbetering en verduurzaming lopen in de praktijk door elkaar heen, terwijl de wet de kosten daarvan bij verschillende partijen legt. Heb je dat onderscheid niet scherp, dan loop je het risico dat kosten achteraf niet worden vergoed of dat bekostiging wordt teruggevorderd omdat die onrechtmatig is besteed. Voor schoolbesturen is het daarom belangrijk om vooraf helder te hebben wie waarvoor betaalt.

Wie is verantwoordelijk voor het schoolgebouw?

Het vertrekpunt is artikel 106 van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en voor het voortgezet onderwijs artikel 6.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo). Op grond van die bepalingen is het schoolbestuur wettelijk verantwoordelijk voor het onderhoud en de gebruikskosten van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het bestuur middelen van het Rijk via de lumpsum. Sinds de overheveling van het buitenonderhoud gaat het daarbij niet alleen om klein onderhoud. Ook het groot onderhoud en aanpassingen aan het gebouw vallen onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. De gemeente heeft op grond van de artikelen 91 en 92 Wpo (of de artikelen 6.1 en 6.2 Wvo) een zorgplicht voor de voorzieningen in de huisvesting. Die zorgplicht is limitatief omschreven en ziet onder meer op nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik en het herstel van constructiefouten en schade bij calamiteiten.

Onderhoud, investering of verbetering?

Waar ligt dan de grens tussen onderhoud, herstel en uitbreiding? Onder onderhoud vallen uitgaven die het schoolgebouw in dezelfde technische en bouwkundige staat houden. Denk aan buitenschilderwerk, de vervanging van een dak of kozijnen door een vergelijkbaar exemplaar of een nieuwe cv-installatie omdat de oude niet meer leverbaar is. Die kosten komen in beginsel voor rekening van het schoolbestuur. Investeringen zijn uitgaven gericht op het stichten van een gebouw of het technisch of functioneel verbeteren ervan. Wie die betaalt, hangt af van de aard van de ingreep.

Een verbetering gaat een stap verder. Het gebouw wordt daarbij op een hoger technisch of functioneel niveau gebracht dan het voorheen had. Extra isolatie of een warmtepomp zijn voorbeelden daarvan. Zodra werkzaamheden niet langer de bestaande staat herstellen maar het gebouw naar een nieuw niveau tillen, is sprake van een investering waarvoor de verdeling tussen de gemeente en het schoolbestuur opnieuw moet worden bezien. Is de investering onderdeel van een samenhangend pakket dat de levensduur van het gebouw verlengt, dan verschuift het gesprek naar renovatie.

Renovatie en planmatige onderwijshuisvesting

Juist bij renovatie ontstaat in de praktijk vaak een impasse. Renovatie stond niet in de onderwijswetten en partijen keken naar elkaar, terwijl de kwaliteit van het gebouw achteruitging. De Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, die volgens de planning per 1 januari 2027 in werking treedt, brengt hier verandering in. Renovatie wordt een gemeentelijke voorziening. Daarbij gaat het om een alternatief voor nieuwbouw: een gebouw wordt door een samenhangend geheel van maatregelen vernieuwd of grootschalig veranderd, met als doel de levensduur te verlengen. De wetgever benadrukt dat groot onderhoud het gebouw slechts in stand houdt en daarmee bij het schoolbestuur blijft.

Daarnaast moet het schoolbestuur per gebouw een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vaststellen op basis van een bouwkundige inspectie en dit ter kennis brengen van de gemeente. De gemeenteraad stelt op haar beurt een integraal huisvestingsplan (IHP) vast. Wat deze verplichting betekent voor gemeenten en schoolbesturen, lees je in ons artikel over het verplichte Integraal Huisvestingsplan (IHP). Ook mogen schoolbesturen in het primair onderwijs overschotten op de lumpsum voortaan aan huisvestingsvoorzieningen besteden. De gemeente kan een bijdrage echter niet afdwingen.

Wie betaalt de verduurzaming?

Verduurzaming verdient daarbij extra aandacht. De Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) stelt vanaf 2030 minimale eisen aan utiliteitsgebouwen, waaronder scholen. Gemeenten en schoolbesturen doen er verstandig aan daar rekening mee te houden bij het opstellen van het IHP. Omdat je het MJOP inbrengt in het overleg over het IHP, ligt het voor de hand om ook je onderhoudsplanning op die normen af te stemmen. Welke verplichtingen precies gelden, hangt af van de nationale uitwerking van de richtlijn.

Extra bekostiging biedt de nieuwe wet niet. Verduurzaming van een bestaand gebouw komt in beginsel voor rekening van het schoolbestuur. Gaat het om een samenhangend pakket maatregelen dat in feite neerkomt op renovatie, dan is het verstandig om het gesprek met de gemeente aan te gaan voordat de werkzaamheden starten om terugvordering te voorkomen.

Hoe zorgt TK ervoor dat je verder kunt?

Hoe pak je dit als schoolbestuur of gemeente concreet aan? Het begint met een goede kwalificatie van elke geplande ingreep. TK beoordeelt of werkzaamheden onder onderhoud, verbetering of renovatie vallen, toetst aanvragen aan de Wpo en de Wvo en de lokale verordening en stelt samenwerkings- en financieringsafspraken op die discussie achteraf voorkomen. Ontstaat er toch een geschil over bekostiging, dan staan wij je bij in bezwaar en beroep.

Neem contact met ons op

Heb je vragen over onderhoud, investeringen of verduurzaming van jouw schoolgebouw? Neem dan contact op met Simon, Shannon of één van de andere professionals uit ons vastgoedteam. Wij denken graag met je mee.

Event

Meer weten over wat er richting 2027 verandert in de onderwijshuisvesting? Tijdens ons event 'Steengoed geregeld?' op 24 november praten Shannon en Simon je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting richting 2027. Daarbij gaan zij onder meer in op het verplichte IHP, de samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen en vraagstukken rond bekostiging. Deelname is kosteloos.