Ontslag op staande voet bij kleine diefstallen, de zogenaamde "bagateldelicten", blijft in de praktijk een gevoelig onderwerp, zowel maatschappelijk, als juridisch.
Werkgevers en HR-professionals krijgen regelmatig te maken met situaties waarin een werknemer producten meeneemt met een geringe waarde, zoals een plastic tasje, een blikje frisdrank of een product dat over de datum is. Hoewel dergelijke gedragingen op het eerste gezicht niet zo ernstig lijken, kunnen zij in branches als de retail of horeca als een serieuze schending van vertrouwen worden ervaren. In deze branches werken werknemers met grote aantallen producten met geringe waarde en is het lastig voor werkgevers zich te wapenen tegen fraude.
Recente juridprudentie laat zien dat rechters in – qua feiten en omstandigheden - vergelijkbare gevallen toch tot zeer uiteenlopende uitspraken kunnen komen. Dit lijkt verwarrend, maar die verschillende uitkomsten zijn achteraf vaak goed te verklaren en terug te voeren op de formulering van de bedrijfsregels, het gevoerde beleid en de gekozen juridische strategie. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet bij bagateldelicten is heel goed mogelijk, maar vereist een zorgvuldige aanpak. Nogal belangrijk, omdat aan een onterecht ontslag op staande voet aanzienlijke financiële risico's zijn verbonden, zoals loondoorbetaling, transitie- en billijke vergoedingen en langdurige procedures.
Onmisbare beleidsregels
Rechters vinden de kenbaarheid en consequente handhaving van beleid zeer zwaar meewegen. Wordt binnen de organisatie een zero-tolerancebeleid gehanteerd? Dan moet dit beleid ook daadwerkelijk zonder uitzonderingen worden toegepast.
Een eenmalige ondertekening van het personeelshandboek bij ondertekening van de arbeidsovereenkomst is onvoldoende. Van werkgevers wordt verwacht dat regels en sancties actief onder de aandacht blijven, bijvoorbeeld via trainingen, e-learningmodules of herhaalde interne communicatie. Ontbreekt deze duidelijkheid of wordt het beleid wisselend toegepast, dan is de kans groot dat het ontslag op staande voet vernietigd wordt..
Functie en het vertrouwen dat daarbij hoort
In bagatelzaken draait het nauwelijks om de waarde van het product, maar vooral om de mate van de vertrouwensbreuk. De functie van de werknemer speelt daarbij een belangrijke rol.
Werknemers met een vertrouwensfunctie, zoals kassamedewerkers, of een voorbeeldfunctie, zoals leidinggevenden, worden in de rechtspraak aantoonbaar strenger beoordeeld. Van hen mag extra loyaliteit, integriteit en oplettendheid worden verwacht.
Ook de aard van de organisatie weegt mee. In kas- of diefstalgevoelige omgevingen accepteren rechters sneller een streng optreden van de werkgever, dan in een kantooromgeving. Dat betekent dat een dezelfde gedraging juridisch verschillend kan worden beoordeeld, afhankelijk van de functie van de werknemer en de branche waarin het bedrijf van de werkgever actief is.
Persoonlijke omstandigheden en proportionaliteit
Bij ontslag op staande voet betrekt de rechter nadrukkelijk de persoonlijke omstandigheden van de werknemer in de beoordeling. De gevolgen van een ontslag zijn immers niet voor iedereen gelijk.
Factoren zoals leeftijd, gezondheid, arbeidsmarktpositie en financiële afhankelijkheid worden meegewogen. Een ontslag op staande voet wordt sneller als disproportioneel aangemerkt bij oudere werknemers, werknemers met gezondheidsproblemen of werknemers in een kwetsbare financiële situatie, bijvoorbeeld bij schuldsanering.
Daarbij is van belang of deze omstandigheden bij de werkgever bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Dit betekent niet dat bagateldelicten nooit een dringende reden kunnen opleveren, maar wel dat een zorgvuldige belangenafweging vooraf van belang is.
Voorkom onnodige risico's
De rechtspraak over ontslag op staande voet bij bagateldelicten blijft sterk casuïstisch. Vergelijkbare gedragingen kunnen tot verschillende uitkomsten leiden, afhankelijk van beleid, functie en persoonlijke omstandigheden. Juist daarom is deze ontslagroute juridisch risicovol.
Ontslag op staande voet bij bagateldelicten is juridisch mogelijk en kan voor werkgevers grote voordelen opleveren. Fraude kan worden voorkomen, de bedrijfseigendommen worden beschermd en personeel weet dat een kleine diefstal grote gevolgen kan hebben.
Tegelijkertijd blijkt uit de jurisprudentie dat aan deze ontslagroute hoge eisen worden gesteld, zowel aan de onderbouwing en de uitvoering. Daarom is het verstandig om vóórdat tot ontslag op staande voet wordt besloten, een juridische toets te laten uitvoeren.
Met dank aan Tamara
Tamara Smit studeert HBO rechten aan Hogeschool Leiden en deed, onder begeleiding van Robert Jan Stoop, advocaat en partner bij TK, onderzoek naar recente jurisprudentie en bracht in kaart welke factoren voor rechters doorslaggevend zijn bij de vraag of een ontslag op staande voet bij bageteldelicten standhoudt.
Meer informatie
Onze specialisten hebben ruime ervaring met deze materie. Zij denken graag mee over de haalbaarheid en risico's in individuele kwesties of over het implementeren van de juiste bedrijfsregels en zero tolerance beleid, zodat werkgevers met vertrouwen en op basis van een solide juridische onderbouwing kunnen handelen. Neem gerust contact op met Robert Jan Stoop, advocaat, partner arbeidsrecht.