Terug naar nieuwsoverzicht

Arbeid

De eerste 72 uur: wat elke bestuurder moet doen bij een melding van ongewenst gedrag

16 april 2025

Een melding van ongewenst gedrag komt vaak onverwacht en raakt direct aan vertrouwen, veiligheid en continuïteit. Juist in de eerste fase na een melding maak je het verschil. Reageer je te traag, dan neemt het risico toe op herhaling, uitval door stress of ziekte en escalatie op de werkvloer. Reageer je te snel of te breed, dan kun je het proces beschadigen door voorbarige conclusies, onnodige reputatieschade of fouten in de omgang met privacy.

Voor werkgevers valt ongewenst gedrag zoals pesten, agressie, discriminatie en seksuele intimidatie onder psychosociale arbeidsbelasting. Dat betekent dat je beleid moet voeren, meldingen serieus moet nemen en aantoonbaar moet ingrijpen als de situatie daarom vraagt. Die aantoonbaarheid begint niet bij een eindrapport, maar bij je eerste reactie, je besluitvorming en je dossiervorming.

In de eerste dagen lopen drie belangen voortdurend door elkaar. Veiligheid staat voorop: je moet verdere schade voorkomen en zorgen voor rust. Tegelijk ben je gehouden aan zorgvuldig werkgeverschap: je behandelt zowel de melder als de beschuldigde correct, zonder vooringenomenheid, en je kiest voor een voorspelbaar proces. Daarnaast spelen privacy en vertrouwelijkheid een grote rol: je verwerkt alleen gegevens die noodzakelijk zijn, je deelt informatie uitsluitend op need-to-know-basis en je borgt een veilig, afgeschermd dossier. Als je deze drie lijnen vanaf het begin expliciet meeneemt, voorkom je dat leidinggevenden gaan improviseren of zelf onderzoek gaan doen.

De eerste fase: veiligheid, regie en dossiervorming

Zorg dat de melding terechtkomt bij iemand met mandaat en rust. Dat is geen formaliteit: de manier waarop je het eerste gesprek voert, bepaalt vaak of iemand vertrouwen houdt in de organisatie. Bevestig wat je hebt gehoord en vraag door op feiten (wie, wat, waar, wanneer), zonder te sturen en zonder conclusies te trekken. Leg vervolgens uit wat de vervolgstappen zijn, wanneer je terugkoppeling geeft en bij wie de melder terechtkan met vragen. Leg direct vast wat is gemeld, door wie en wanneer, en doe dat feitelijk, zonder kwalificaties en zonder oordeel.

Beoordeel snel of er sprake is van acute onveiligheid, dreiging of een reëel risico op herhaling. Als dat zo is, horen tijdelijke maatregelen nadrukkelijk bij zorgvuldig handelen. Denk aan het tijdelijk aanpassen van werkzaamheden of roosters, het beperken van contact tussen betrokkenen, het wijzigen van aansturing of werkplek, of het (tijdelijk) vrijstellen van werk. Het is belangrijk dat je deze maatregelen positioneert als ordemaatregelen die rust en veiligheid dienen, en niet als sancties. Onderbouw daarom kort en zakelijk waarom de maatregel nodig is, voor welke periode deze geldt en wanneer je evalueert.

Zorg er tegelijk voor dat passende ondersteuning beschikbaar is. Afhankelijk van de situatie kan dat lopen via een vertrouwenspersoon, de bedrijfsarts of externe begeleiding. Wees helder over vertrouwelijkheid: je neemt die serieus en handelt terughoudend met informatie, maar je kunt geen absolute geheimhouding beloven als maatregelen nodig zijn om veiligheid te borgen of om een zorgvuldig vervolg mogelijk te maken.

Leg in deze fase ook meteen de regie neer bij één verantwoordelijke. Wijs een casemanager aan die het proces bewaakt, besluitvorming voorbereidt en vastlegt wat wanneer is gedaan. Maak intern concreet wie beslist over tijdelijke maatregelen, wie het aanspreekpunt is voor melder en beschuldigde, en wie de communicatie coördineert. Zonder die rolafspraken ontstaan parallelle gesprekken, verschillende verwachtingen en een dossier dat achteraf moeilijk te reconstrueren is.

De vervolgfase: route bepalen en zorgvuldig onderzoek borgen

Je kunt niet onbeperkt wachten met het informeren van de beschuldigde, maar je voert dit gesprek pas als doel en randvoorwaarden helder zijn. Informeer feitelijk dat er een melding is gedaan en licht toe welke vervolgstap je voor ogen hebt, bijvoorbeeld een verkennend gesprek, een interventie of (bij ernst of complexiteit) een onafhankelijk onderzoek. Maak duidelijk dat er ruimte is voor een reactie en dat je waar nodig hoor en wederhoor organiseert. Voorkom dat de inhoud in informele setting wordt besproken; kies een rustige, formele setting en leg ook hier vast wat is besproken.

Het is verstandig om in dezelfde periode procesafspraken te maken die escalatie voorkomen. Denk aan het bewaren van rust op de werkvloer, het vermijden van contact met de melder en het niet benaderen of beïnvloeden van mogelijke getuigen. Geef ook aan bij wie men terechtkan met vragen, zodat onnodige ruis en groepsvorming worden beperkt.

Denk daarnaast vroeg aan het veiligstellen van informatie. Digitale sporen zoals chatberichten, e-mails en toegangslogs kunnen later doorslaggevend zijn. Borg dat relevante gegevens behouden blijven, maar doe dat proportioneel en AVG-proof: verwerk niet meer dan nodig, scherm het dossier af en leg vast wie toegang heeft en met welk doel.

Vervolgens bepaal je welke aanpak het meest passend en verdedigbaar is. Bij lichtere signalen kan een informele interventie soms volstaan, maar alleen als dat veilig is, vrijwillig kan en er geen afhankelijkheidsrelatie of machtsongelijkheid speelt die de uitkomst kleurt. Bij ernstige beschuldigingen, herhaalde signalen, kwetsbare posities of een hoog reputatie- en procesrisico ligt een onafhankelijk onderzoek eerder voor de hand.

Als je kiest voor onderzoek, kader dit dan vanaf het begin strak af. Formuleer concrete onderzoeksvragen, bepaal de periode waarop het onderzoek ziet en leg vast wie wordt gehoord en in welke volgorde. Borg hoor en wederhoor op vaste, voorspelbare momenten en maak vooraf duidelijk wie de rapportage ontvangt en hoe bevindingen worden vertaald naar besluiten en maatregelen. Een duidelijke afbakening helpt later om uit te leggen waarom je tot bepaalde stappen bent gekomen, juist wanneer het onderwerp gevoelig ligt binnen de organisatie.

Internationale aspecten (alleen wanneer relevant)

Internationale lijnen spelen met name bij meldingen rond buitenlandse reizen, internationale teams of expats in Nederland. In dat geval moet je snel vaststellen welke entiteit formeel werkgever is en welk beleid of reglement van toepassing is. Houd ook rekening met praktische en culturele factoren bij interviews, zoals taal, context en hiërarchische verhoudingen. Als gegevensdeling buiten de EU aan de orde is, moet je expliciet borgen hoe dit AVG-technisch is geregeld, welke beveiligingsmaatregelen gelden en wie op basis van need-to-know toegang krijgt.

Communicatie en vervolgstappen

Goede communicatie in deze fase gaat niet over details, maar over normstelling en proceszekerheid. Je laat zien dat meldingen serieus worden genomen, dat zorgvuldig wordt gehandeld en dat betrokkenen worden beschermd. Spreek vooraf af wie intern en extern woordvoerder is, zodat je niet onder druk ad hoc reageert richting collega's, klanten, ouders, studenten, toezichthouders of media.

Wat je nu kunt doen (en hoe wij kunnen helpen)

Wij kunnen in de eerste fase optreden als sparringpartner en regisseur. We ondersteunen bij het formuleren en onderbouwen van tijdelijke (orde)maatregelen, toetsen of de meldroute en klachtenregeling passend zijn, en zorgen dat rollen en verantwoordelijkheden scherp zijn. Als onafhankelijkheid of specifieke expertise nodig is, begeleiden of voeren we een extern onderzoek uit met een stevig protocol, waarborgen voor hoor en wederhoor en AVG-conforme dossiervorming. Daarna vertalen we de uitkomsten naar vervolgstappen, zoals verbetermaatregelen, arbeidsrechtelijke maatregelen, beëindiging van de arbeidsrelatie of herstel van samenwerking, met oog voor procesrisico en reputatie.

Meer informatie?

Wil je zeker weten dat jouw organisatie in de eerste fase na een melding van ongewenst gedrag de juiste koers houdt? Neem dan contact op met Carina de Bruin. We denken direct met je mee, ook wanneer de situatie gevoelig is of internationale lijnen heeft.