Terug naar nieuwsoverzicht

Arbeid

Sociale veiligheid hoort op de risicokaart van RvB en RvC

03 juli 2025

Een organisatie waarin werknemers zonder angst kunnen werken en zich volledig op hun taken kunnen richten, begint bij een sociaal veilige werkomgeving. Daarvan is sprake wanneer medewerkers vrij zijn van ongewenst gedrag én zich voldoende veilig voelen om kwesties bespreekbaar te maken. In de terminologie van de Arbeidsomstandighedenwet sluit dit aan bij psychosociale arbeidsbelasting (PSA): onder meer (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, pesten en (structurele) werkdruk. Een sociaal veilige organisatie voorkomt dergelijk gedrag actief en grijpt effectief in wanneer het zich toch voordoet.

Sociale veiligheid als onderwerp van bestuur en toezicht

De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat sociale veiligheid niet alleen een HR-thema is, maar een volwaardig onderwerp van bestuur en toezicht. Het beheersen van risico's rond sociale veiligheid is een integraal onderdeel van risicomanagement. Organisaties kunnen niet zonder risico's opereren; wel is vereist dat risico's tijdig worden gesignaleerd, gewogen en vertaald naar passend beleid en concrete maatregelen. Dat is een continu proces, waarin preventie, signalering en bijsturing centraal staan--zeker in een werkomgeving die voortdurend verandert.

In deze blog schetsen we het juridische kader rond sociale veiligheid op de werkvloer en werken we uit wat dit concreet betekent voor de Raad van Bestuur (RvB) en de Raad van Commissarissen (RvC), met name bij de inrichting van de risicokaart.

Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)

Waarom verdient sociale veiligheid expliciet aandacht? Organisaties met helder beleid op dit onderwerp kennen doorgaans minder ziekteverzuim, betere prestaties en een grotere bereidheid om misstanden vroegtijdig te melden. Voor RvB en RvC is het daarmee zowel in het belang van de organisatie als van haar medewerkers om sociale veiligheid als strategisch risico te erkennen en zichtbaar te maken op de risicokaart.

Werkgevers zijn verplicht een arbobeleid te voeren gericht op goede arbeidsomstandigheden. Kern daarvan is de wettelijke plicht om een schriftelijke RI&E op te stellen (art. 5 Arbowet), met daarin de arbeidsrisico's voor gezondheid en veiligheid. Een risico is de kans dat een gevaar zich voordoet met schadelijke gevolgen. De RI&E biedt snel inzicht in waar verbetering nodig is en moet worden aangevuld met een plan van aanpak: welke maatregelen worden genomen, door wie en binnen welke termijn.

Omdat organisaties en werkzaamheden veranderen, moet de RI&E bovendien actueel blijven en zo nodig worden aangepast. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan hierop handhaven; het ontbreken van (een actuele) RI&E en/of plan van aanpak kan leiden tot sancties.

Daarnaast geldt in veel gevallen een toetsingsplicht: de RI&E moet door een (gecertificeerde) deskundige worden getoetst, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is.

Wat betekent dit voor RvB en RvC?

Wat in de RI&E als risico naar voren komt, hoort ook thuis op de risicokaart van RvB en RvC. De RvB draagt de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse leiding en beleidsvoering en moet dus borgen dat risico's op sociale onveiligheid--en de uitkomsten van de RI&E hierover--structureel in de bestuurskamer worden besproken, opgevolgd en gemonitord. Dit vraagt nadrukkelijk meer dan het "hebben" van een regeling ongewenst gedrag: het gaat om aantoonbaar werkend beleid, naleving en effectieve interventies.

De RvC houdt toezicht en adviseert. Dat betekent dat de RvC niet alleen kijkt naar papieren compliance, maar ook naar de werking in de praktijk en de organisatiecultuur: worden signalen opgepakt, zijn meldroutes veilig, is er ruimte voor tegenspraak, en wordt het plan van aanpak daadwerkelijk uitgevoerd?

Waarom expliciet op de risicokaart?

Zonder duidelijke verankering van sociale veiligheid op de risicokaart--en zonder actieve betrokkenheid van zowel RvB als RvC--bestaat het risico dat signalen worden gemist, maatregelen uitblijven of incidenten escaleren. De gevolgen kunnen groot zijn: ernstige incidenten, reputatieschade, verstoorde arbeidsverhoudingen en een zwaardere (aansprakelijkheids)positie voor de organisatie en haar bestuurders. Sociale veiligheid is daarmee niet alleen een normatief uitgangspunt, maar ook een bestuurlijk kernrisico dat expliciet sturing en toezicht vereist.

Meer informatie?

Vragen over sociale veiligheid of de rol van bestuur en toezicht? Neem contact met op met Carina de Bruin voor advies.