Het wetsvoorstel passende huurcontracten is al geruime tijd in de maak en de kans dat het er daadwerkelijk komt groeit. De internetconsultatie sloot op 28 augustus 2026. Reden genoeg om enkele kanttekeningen te plaatsen. Het voorstel beoogt de positie van studenten, expats en arbeidsmigranten op de woningmarkt te versterken. Onderdeel daarvan is een maximum van 30 nachten voor verhuur van korte duur (short stay). Vanaf de 31e nacht heeft de huurder recht op huur- en huurprijsbescherming. De gevolgen zijn ingrijpend. De wetgever lijkt op deze manier meer problemen voor verhuurders te creëren dan voor huurders op te lossen. In deze bijdrage bespreekt Steven het wetsvoorstel en de gevolgen voor de hospitality sector.
Wat is short stay?
Huurders van woonruimte genieten doorgaans vergaande bescherming: de verhuurder kan de huurovereenkomst slechts opzeggen op de in de wet genoemde gronden en er gelden tal van regels over huurprijzen en servicekosten. Die bescherming geldt niet voor een huurovereenkomst die naar zijn aard slechts voor korte duur is aangegaan - oftewel short stay. Het gehele stelsel van huur- en huurprijsbescherming is dan niet van toepassing. Te denken valt aan hotels, vakantiewoningen en tijdelijke woonruimte in afwachting van renovatie of verkoop. In de wetsgeschiedenis is bepaald dat het moet gaan om 'gevallen waarin voor iedereen duidelijk is dat er geen sprake kan en mag zijn van een beroep op huurbescherming'. Om misbruik te voorkomen wordt in de jurisprudentie terughoudend omgegaan met de kwalificatie als short stay.
Maximum van 30 nachten
Het wetsvoorstel introduceert een maximale termijn van 30 nachten voor short stay. Daarna maakt de huurder aanspraak op huur- en huurprijsbescherming - ongeacht wat partijen zijn overeengekomen. De ratio is op het eerste gezicht begrijpelijk: in de praktijk worden short stay-constructies soms misbruikt om woningzoekers structureel huurbescherming te onthouden, en van een rechterlijke toets komt het lang niet altijd. De uitwerking van het wetsvoorstel roept echter de nodige vragen op, zeker bezien vanuit de hospitality sector.
Gevolgen voor de hospitality sector
De maatregel is breed geformuleerd en treft in beginsel niet alleen de verhuurder die de regels wil omzeilen, maar ook de hotelier, de vakantieverhuurder en de exploitant van volledig ingerichte tijdelijke huurwoningen.
Relevant is nog of de verhuurde ruimte kwalificeert als 'woonruimte' in de zin van artikel 7:233 BW. Voor hoteliers biedt dit vermoedelijk een uitweg. Een tijdelijk verblijf in een hotelkamer is naar de aard en strekking ervan niet gericht op wonen, zodat de 30-nachtennorm naar alle waarschijnlijkheid niet van toepassing zal zijn. Die uitzonderingspositie ligt minder voor de hand bij vakantiewoningen en andere verhuurbare woonruimtes. In alle gevallen is het binnen de hospitality sector raadzaam om alert te zijn op deze veranderende wetgeving.
Een averechts effect
De reactie van de markt laat zich voorspellen. Een harde grens van 29 dagen als standaard maximale verblijfsduur. Daarmee verdwijnt precies het aanbod van middellange verblijven (30-90 dagen) dat voor tijdelijke arbeidsmigranten en expats zo hard nodig is. De maatregel die hun positie moet verbeteren, vergroot op deze manier juist het tekort aan geschikte accommodatie voor deze groep. Waar hebben wij dat eerder gezien?
De internetconsultatie is afgerond. Het woord is nu aan de wetgever.
Hoe zorgt TK ervoor dat je verder kunt?
Bij TK volgen we de ontwikkelingen rond het wetsvoorstel passende huurcontracten op de voet. Of je nu hotelier bent, vakantiewoningen verhuurt of tijdelijke woonruimte aanbiedt aan expats en arbeidsmigranten: de vraag of jouw huidige contracten en verhuurconstructies standhouden onder de nieuwe regels verdient serieuze aandacht.
Wil je weten hoe jouw verhuurpraktijk zich verhoudt tot het wetsvoorstel? Neem dan vrijblijvend contact op met Steven van Buuren.