Terug naar nieuwsoverzicht

Publiekrecht

Te laat is te laat, ook als het belang groot is

Bezwaar, beroep of hoger beroep moet worden ingediend binnen zes weken na bekendmaking van het besluit of de datum van de uitspraak, volgt uit art. 6:7 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wordt die termijn overschreden, dan verklaart het bestuursorgaan of de rechter het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk. Het is dan echt game over: het bezwaar of beroep wordt niet inhoudelijk behandeld. Gelukkig is er de verschoonbare termijnoverschrijding van artikel 6:11 Awb. Hieronder wordt ingegaan op deze uitweg.

Termijnen zijn heel strikt

Uitgangspunt is dat termijnen hard zijn. Wanneer een bedrijf wordt bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, is de lat voor verschoonbaarheid nog hoger. Van een advocaat of gemachtigde wordt verwacht dat hij of zij termijnen bewaakt en zo nodig een pro-forma indient (een korte, tijdige indiening om de termijn te halen, waarbij de gronden later volgen). Het is vaste rechtspraak dat alleen bijzondere persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de rechtsbijstandverlener zelf een termijnoverschrijding verschoonbaar kunnen maken.

De reden hiervoor is de rechtszekerheid. Met een strikte, consequente en eenvormige invulling van het begrip verschoonbaarheid wordt in algemene zin de rechtszekerheid gediend. Na het verstrijken van de termijn wordt een besluit immers in rechte onaantastbaar en staat in de rechtsorde voor de belanghebbende, het bestuursorgaan en eventuele derden vast wat rechtens is. Die benadering bevordert verder de voorspelbaarheid van de werking van het stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming en doet ook recht aan het gelijkheidsbeginsel.

Verschoonbare termijnoverschrijding

Artikel 6:11 Awb bepaalt dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft indien een termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat is het geval bij bijzondere omstandigheden aan de zijde van de indiener, of wanneer de termijnoverschrijding is veroorzaakt door het handelen of nalaten van het bestuursorgaan. In de praktijk wordt regelmatig een beroep gedaan op deze bepaling -- maar de slagingskans is niet groot.

Er zijn gevallen waarin het wél lukte. Zo werd een termijnoverschrijding verschoonbaar geacht wanneer het bestuursorgaan een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing had opgenomen, waardoor de indiener op het verkeerde been werd gezet (ECLI:NL:RVS:2012:BX6500). Ook in een zaak waarin de COVID-pandemie een rechtsbijstandsverzekeraar opbrak, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat sprake was van een uitzonderlijke situatie. Het bezwaarschrift was in die zaak door interne postproblemen te lang blijven liggen en daardoor te laat ter post bezorgd. Daar kwam bij dat de rechtsbijstandsverlener het bezwaarschrift ook per e-mail had gezonden aan een adres dat in het besluit stond vermeld, maar dat achteraf onjuist bleek te zijn (ECLI:NL:RVS:2021:1440).

Aan de andere kant van de balans staan gevallen waar een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding niet slaagde. Een vrouw die kampte met complicaties na haar bevalling en een opvolgende COVID-besmetting, en daardoor haar administratie niet kon bijhouden, ving bot: zij had niet aannemelijk gemaakt dat zij geen derde had kunnen inschakelen om het bezwaarschrift namens haar in te dienen. Ook bij een overbelaste ondernemer die te maken had met de afwikkeling van de watersnoodramp in Valkenburg en personeelstekorten in de periode dat de coronamaatregelen werden versoepeld was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding (ECLI:NL:CBB:2024:31).

Enige versoepeling van de lijn

Mede naar aanleiding van rapporten van de Nationale ombudsman is enkele jaren geleden een discussie op gang gekomen over de vraag of in de rechtspraktijk niet te lichtvaardig het uitgangspunt wordt gehanteerd dat elke burger over voldoende doe-vermogen beschikt om tijdig bezwaar te maken of beroep in te stellen. De opvatting dat bestuursrecht primair rechtsbescherming behoort te bieden en dat procederen over procederen zoveel mogelijk moet worden voorkomen, speelde daarin een prominente rol.

Tegen die achtergrond vroeg het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) een conclusie aan raadsheer advocaat-generaal Widdershoven. Die conclusie werd uitgebracht op 7 september 2023. In deze conclusie is voorgesteld tot een versoepeling van de lijn te komen.

In de uitspraak die op de conclusie volgde, hierboven ook al kort aangehaald, koos de grote kamer van het CBB vervolgens een iets meer genuanceerde lijn. Concreet houdt de gekozen lijn in dat bij de beoordeling van verschoonbaarheid meer rekening wordt gehouden met bijzondere omstandigheden, en dat wordt gewerkt met een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering. Bij een duidelijke verhindering is te late indiening niet verwijtbaar. Ook bij slechts geringe verwijtbaarheid bestaat nu ruimte om de termijnoverschrijding niet aan de indiener toe te rekenen.

Deze soepelere benadering geldt echter primair voor individuele burgers zonder professionele rechtsbijstand. Voor gevallen waarin een rechtsbijstandverlener betrokken is, blijft de strikte lijn gehandhaafd.

De harde lijn ten aanzien van professionele rechtshulpverleners nogmaals bevestigd

Een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt nogmaals de harde lijn voor partijen met professionele rechtsbijstand.

Het ging in die zaak om een te laat ingediend beroepschrift in verband met een aanslag kansspelheffing van € 71.027,75. Appellant wees erop dat niet alleen zij maar ook de Kansspelautoriteit het overzicht was kwijtgeraakt door het grote aantal lopende procedures, dat de Kansspelautoriteit geen belang had bij een niet-ontvankelijkverklaring, dat er geen derden betrokken waren en dat het financiële belang bij een inhoudelijke beoordeling groot was.

De Afdeling bestuursrechtspraak gaat daar niet in mee. Zij bevestigt het oordeel van de rechtbank Den Haag en voegt daar een overweging aan toe: de omstandigheid dat sprake is van een groot financieel belang, of dat de gemachtigde door een groot aantal aangespannen procedures het overzicht zou zijn kwijtgeraakt, maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar in de zin van artikel 6:11 Awb. Als een bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijk is, is er geen ruimte meer voor een belangenafweging.

Game over.

Wat betekent dit voor jou?

Bedrijven die te maken kunnen hebben met meerdere besluiten die in een periode kunnen worden aangevochten lopen een reëel risico op het missen van termijnen. Dat risico ligt bij de eigen organisatie totdat deze is overgedragen aan de advocaat. Zorg er dan ook voor dat er een goede termijnenadministratie wordt ingericht. Wees bij brieven van overheidsorganen alert: betreft het een appellabel besluit? Zorg dat het duidelijk is wie de verantwoordelijkheid draagt voor zowel de termijnadministratie als de indiening van processtukken.

De les is concreet: geen enkel inhoudelijk belang, hoe groot ook, compenseert een te late indiening. Overweeg dan ook een pro-forma bezwaar-, beroep- of hoger beroepschrift in te dienen om termijnen veilig te stellen. Zorg er ook altijd voor dat de wijze van indiening 100% zekerheid biedt. Controleer bijvoorbeeld de track & trace na verzending en kom tijdig in actie als daar iets fout loopt.

Meer informatie?

Wil je weten hoe jouw organisatie dit procesrisico kan beheersen, of heb je vragen over een lopende procedure? Neem dan gerust (vrijblijvend) contact op met Zerliene. Zij helpt je graag grip te houden op termijnen en staat je bij in elke fase van bestuursrechtelijke procedures.