Terug naar nieuwsoverzicht

Corporate & Commercial Litigation

Renteverwachting bij renteswap

26 mei 2026

Heeft jouw bank je volledig geïnformeerd over haar renteverwachting bij het afsluiten van een renteswap?

Veel bedrijven sloten in het verleden renteswaps af op advies van hun bank. De bank adviseerde, de ondernemer vertrouwde op dat advies en tekende. Maar wat als de bank intern een heel andere renteverwachting had dan ze jou vertelde? De Hoge Raad deed op 22 mei 2026 een belangrijke uitspraak over precies deze situatie.

Waarom dit onderwerp er voor jouw bedrijf toe doet

Renteswaps werden jarenlang op grote schaal verkocht aan mkb-ondernemers en andere niet-professionele beleggers ter afdekking van renterisico's op variabele leningen. Toch zijn de gevolgen voor veel ondernemers pijnlijk gebleken: swaps die een aanzienlijke negatieve waarde ontwikkelden, jaren van hogere lasten dan verwacht en een gevoel dat de bank niet volledig open kaart had gespeeld.

De juridische discussie over de bancaire informatieplicht bij rentederivaten loopt al jaren. Met dit arrest voegt de Hoge Raad een nieuwe dimensie toe: wanneer is een bank verplicht haar eigen renteverwachting met jou te delen? En wanneer levert het verzwijgen of onjuist weergeven van die verwachting een grond op voor vernietiging wegens dwaling of aansprakelijkheid wegens schending van de zorgplicht?

De zaak

Twee horeca-ondernemers bankierden al decennialang bij Deutsche Bank. In november 2005 sloten zij twee renteswaps af ter afdekking van het renterisico op leningen van in totaal ruim 33 miljoen euro. Eind januari 2008 beëindigden zij die swaps op advies van de bank, waarna Deutsche Bank in februari 2008 een positieve marktwaarde van in totaal 915.000 euro aan hen uitbetaalde.

Enkele maanden later, in juni 2008, adviseerde Deutsche Bank de ondernemers opnieuw een renteswap af te sluiten omdat de rente zou gaan stijgen. Op 27 juni 2008 sloten de ondernemers twee nieuwe renteswaps af met een looptijd van tien jaar en een vaste rente van respectievelijk 4,92% en 4,89%.

Achteraf bleek dat Deutsche Bank intern al eerder een rentedaling verwachtte. Een intern rentevisiedocument van haar Economisch Bureau van 2 juni 2008 liet een verwachte daling van de driemaands Euribor zien van 4,7% in het eerste kwartaal naar 3,8% in het laatste kwartaal van 2009. Dat stuk deelde Deutsche Bank niet met de ondernemers. In januari 2020 vernietigden de ondernemers hun renteswap buitengerechtelijk wegens dwaling en stelden zij Deutsche Bank aansprakelijk voor de schade.

De uitspraak, Hoge Raad, 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793

Rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hadden de vorderingen van de ondernemers afgewezen. Het hof oordeelde dat rentevisies nu eenmaal een betrekkelijke waarde hebben en dat een bank zonder bijkomende omstandigheden niet verplicht is haar renteverwachting te delen. De Hoge Raad vernietigde dat arrest op meerdere punten.

Ten eerste had het hof de stelling van de ondernemers volledig onbehandeld gelaten dat Deutsche Bank hun mondeling had medegedeeld dat de rente zou stijgen en dat het daarom goed zou zijn een nieuwe swap te sluiten. Dat is een beroep op dwaling wegens een onjuiste inlichting van de wederpartij in de zin van art. 6:228 lid 1, aanhef en onder a, BW. Het hof had die stelling niet kenbaar in zijn beoordeling betrokken. Dat is een motiveringsgebrek.

Ten tweede bevestigt de Hoge Raad de hoofdregel: een bank die een rentederivaat aanbiedt is in beginsel niet verplicht haar interne renteverwachting te delen. De omvang van de mededelingsplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Aan die plicht is in het algemeen voldaan als de bank in productinformatie voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de wezenlijke kenmerken en risico's van het derivaat zijn, waaronder het risico dat het derivaat een aanzienlijke negatieve waarde kan ontwikkelen bij tussentijdse beëindiging.

Maar de Hoge Raad oordeelt vervolgens dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de bijzondere omstandigheden in deze zaak geen mededelingsplicht met zich brachten. De ondernemers hadden immers consistent betoogd dat Deutsche Bank hen eerst had geadviseerd de lopende swap te beëindigen, en die positieve waarde te verzilveren, om vervolgens vier maanden later te adviseren opnieuw een swap te sluiten. Als die opeenvolging van adviezen uitging van een verwachting van rentestijging, terwijl Deutsche Bank intern een daling verwachtte, valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom de bank in die omstandigheden niet gehouden zou zijn haar werkelijke renteverwachting mede te delen.

Ten derde maakt de Hoge Raad expliciet onderscheid tussen de mededelingsplicht bij dwaling (art. 6:228 BW) en de waarschuwingsplicht die voortvloeit uit de zorgplicht. Die laatste reikt verder. Een bank die een professionele aanbieder is van risicovolle financiële producten, moet een wederpartij zonder specifieke deskundigheid beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Het hof had die zorgplicht niet zelfstandig beoordeeld en had ten onrechte volstaan met een verwijzing naar zijn oordeel over de mededelingsplicht. Dat is rechtens onjuist.

Ten slotte passeerde het hof het bewijsaanbod van de ondernemers ten onrechte. De ondernemers hadden concreet aangeboden te bewijzen dat Deutsche Bank hun had medegedeeld dat de rente zou stijgen en dat zij zonder dat advies de swap niet zouden hebben gesloten. Dat bewijsaanbod had het hof niet mogen passeren.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.

Wat betekent deze uitspraak voor jouw bedrijf?

De uitspraak maakt duidelijk dat de aansprakelijkheidsdiscussie rond renteswaps nog niet gesloten is, ook niet voor swaps die inmiddels zijn geëxpireerd of beëindigd.

Drie inzichten zijn voor de praktijk direct relevant.

De hoofdregel is bevestigd maar heeft uitzonderingen. Een bank hoeft haar rentevisie niet standaard te delen. Maar als de concrete omstandigheden daartoe aanleiding geven, geldt dat anders. Relevant zijn onder meer: de adviesrelatie, de volgorde van adviezen, de inhoud van mondelinge mededelingen, de deskundigheid van de klant en de vraag of de bank intern een van haar advies afwijkende verwachting had.

Dwaling en zorgplicht zijn zelfstandige grondslagen. Wie zijn claim alleen baseert op het niet-mededelen van de rentevisie (art. 6:228 lid 1 onder b BW) staat zwakker dan wie ook aantoont dat een treasury advisor mondeling een onjuiste mededeling deed over de te verwachten renteontwikkeling (art. 6:228 lid 1 onder a BW). Tegelijk geldt dat de zorgplicht verder reikt dan de mededelingsplicht bij dwaling. Beide grondslagen verdienen zelfstandige aandacht in de stellingname.

Motivering en bewijsaanbod zijn cruciaal in de procedure. De Hoge Raad vernietigt het arrest mede omdat het hof een concreet, onderbouwd bewijsaanbod passeerde. Wie een procedure overweegt of voert, moet de stellingen en bewijsaanboden zo concreet en feitelijk mogelijk formuleren.

Wat kun je doen?

Heb je in het verleden een renteswap afgesloten op advies van je bank, en heb je het gevoel dat de bank je niet volledig of onjuist heeft geïnformeerd over haar eigen renteverwachting? Dan loont het te onderzoeken wat er destijds mondeling is gezegd en wat de bank intern voor ogen had.

Reconstrueer welke mededelingen zijn gedaan voorafgaand aan het sluiten van de swap. Zijn er gespreksverslagen, e-mails of andere documentatie waaruit de aard van het advies blijkt? Waren er intern bij de bank rentevisies beschikbaar die afweken van wat jou werd verteld? Hoe zag de adviesrelatie eruit en hoe deskundig mocht de bank jou achten?

Let ook op verjaringstermijnen. De ondernemers in deze zaak stelden hun buitengerechtelijke vernietiging in in januari 2020, ruim twaalf jaar na het sluiten van de swap in 2008. Afhankelijk van het moment van ontdekking en de aard van de vordering kunnen termijnen echter al eerder zijn verstreken. Een tijdige beoordeling is dus van belang.

Meer informatie?

TK denkt graag met je mee over de vraag of jouw situatie aanknopingspunten biedt voor een procedure of een buitengerechtelijke aanpak. Wij kijken naar de feitelijke onderbouwing van mogelijke dwaling, de reikwijdte van de bancaire zorgplicht in jouw specifieke geval en de tactiek rondom bewijsvoering en stellingname. Neem contact op met Michiel of één van de andere professionals uit het team Corporate & Commercial Litigation.