Terug naar nieuwsoverzicht

Publiekrecht

Trafohuisje vergunningvrij: wat betekent dit voor gemeenten en netbeheerders?

08 oktober 2026

Liander heeft in 2020 in de gemeente Nieuwkoop een vergunning aangevraagd voor de plaatsing van een trafohuisje. Dit deed zij onder protest: volgens Liander is zo'n trafohuisje vergunningvrij. Liander kreeg de vergunning, maar ging daartegen in bezwaar, beroep en uiteindelijk hoger beroep. Op 11 maart 2026 deed de Raad van State uitspraak over de vraag of het plaatsen van een trafohuisje vergunningvrij is.

Context: ruimte voor 50.000 extra trafohuisjes

Voor de energietransitie moeten de komende jaren ongeveer 50.000 extra transformatorhuisjes worden geplaatst. Netbeheerders zoeken daarvoor ruimte, vaak op gemeentegrond. Dat is geen eenvoudige opgave: de openbare ruimte is al vol, en gemeenten hebben op diezelfde vierkante meters eigen opgaven, zoals mobiliteit, groen en woningbouw. Om regie te houden op het ruimtegebruik hanteren gemeenten doorgaans een kabels- en leidingenverordening, waarin ook het plaatsen van trafohuisjes vergunningplichtig is gemaakt. Netbeheerders ervaren deze vergunningplicht als nadelig: een netbeheerder kiest liever zelf een locatie voor het huisje die optimaal in het net past. Bovendien duurt het door het aanvraagproces langer voordat een transformatorhuisje kan worden geplaatst.

De zaak: Liander tegen de gemeente Nieuwkoop

De zaak draaide om een transformatorstation dat Liander in Zevenhoven, gemeente Nieuwkoop, heeft geplaatst. Liander vroeg de vergunning op grond van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 (AVKL) uitdrukkelijk "onder protest" aan. Zij vond dat de plaatsing vergunningvrij was. Het college verleende de vergunning, maar Liander ging in bezwaar en in beroep tegen de vergunningplicht zelf. De rechtbank Den Haag zag geen probleem. Volgens de rechtbank hadden de AVKL en de landelijke bouwregels een ander object en een ander motief, zodat geen sprake was van een onaanvaardbare doorkruising van hogere regelgeving.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling bestuursrechtspraak kijkt daar genuanceerder naar. Zij oordeelt eerst dat de gemeenteraad geen misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) heeft gemaakt. Daarna toetst de Afdeling aan artikel 121 Gemeentewet. Dat artikel staat een gemeentelijke verordening over hetzelfde onderwerp als een hogere regeling alleen toe als zij daarmee niet in strijd is. Van hetzelfde onderwerp is sprake als beide regelingen dezelfde gedraging normeren en hetzelfde motief hebben. De Afdeling vindt, anders dan de rechtbank, dat het object wel gelijk is: zowel de AVKL als de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) normeren het plaatsen van een transformatorstation. Het motief verschilt echter. De AVKL richt zich op coördinatie van werkzaamheden in de publieke ruimte en het beperken van overlast en maatschappelijke kosten. De Wabo en het Bor zien op een goede ruimtelijke ordening en een goede woon- en leefomgeving. De verordening doorstaat deze toets dus.

Toch doorkruising van de vergunningvrije regeling

Toch krijgt Liander gelijk. Ook als een verordening een ander onderwerp regelt, mag zij de hogere regeling niet anderszins doorkruisen. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van het Bor leidt de Afdeling af dat de wetgever het bouwen van kleine nutsvoorzieningen bewust vergunningvrij heeft gemaakt en die regeling als uitputtend heeft bedoeld. Het gaat om bouwwerken voor nutsvoorzieningen van niet hoger dan 3 meter en met een oppervlakte van niet meer dan 15 m². Een gemeentelijke vergunningplicht voor precies die bouwwerken doet afbreuk aan die keuze. Feitelijk moet dan alsnog een vergunning worden aangevraagd voor een bouwwerk dat de wetgever heeft vrijgesteld.

Buiten toepassing, niet onverbindend

De Afdeling verklaart artikel 5, eerste lid, AVKL niet onverbindend. De bepaling geldt namelijk ook voor grotere stations, die niet vergunningvrij zijn. Het artikel blijft in dit concrete geval wel buiten toepassing. De Afdeling herroept de vergunning, wijst de aanvraag af omdat er geen vergunning nodig was en veroordeelt het college in de proceskosten.

De Omgevingswet

In de uitspraak van 11 maart 2026 past de Afdeling het recht toe dat gold vóór 1 januari 2024. Onder de Omgevingswet is de vergunningvrije regeling voor bouwwerken voor nutsvoorzieningen met dezelfde maten opgenomen, in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving. De uitspraak is dus ook onder het nieuwe recht van belang.

Wat betekent dit voor netbeheerders?

Voor netbeheerders betekent dit dat voor een compact station binnen de maten van 3 meter en 15 m² geen vergunning mag worden geëist op grond van een gemeentelijke kabels- en leidingenverordening. Dat scheelt doorlooptijd en leges. Let wel op: de uitspraak gaat over de bouwkundige plaatsing. Privaatrechtelijke afspraken over het gebruik van de grond zelf blijven nodig.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Zijn gemeenten nu alle regie kwijt? Nee. De vergunningplicht blijft gelden voor stations boven de genoemde maten. Belangrijker nog is dat de gemeente vaak eigenaar is van de grond. Wie op gemeentegrond wil bouwen, heeft toestemming van de eigenaar nodig. Netbeheerders willen in de regel een opstalrecht vestigen. In dat opstalrecht kan een "regieartikel gemeenten" worden opgenomen. Daarmee kan de gemeente op basis van een collegebesluit om redenen van algemeen belang verplaatsing vragen, waarbij alleen de werkelijke verplaatsingsschade wordt doorberekend. Daarnaast kan de gemeente via het omgevingsplan sturing geven aan de plaatsing, een actief grondbeleid voeren of met de netbeheerder een samenwerkingsovereenkomst sluiten. De regiemogelijkheid voor gemeenten verschuift dus van de vergunning naar het omgevingsplan, de grondpositie en de samenwerking.

Wat kun je nu doen?

Als gemeente doe je er goed aan je kabels- en leidingenverordening tegen het licht te houden en de vergunningplicht te beperken tot stations die niet vergunningvrij zijn. Dat is ook verstandig omdat de regels uit zo'n verordening uiterlijk op 1 januari 2032 in het omgevingsplan moeten staan. Leg daarnaast je regiewensen vast in privaatrechtelijke afspraken en werk toe naar een planmatige uitrol met de netbeheerder. Als netbeheerder breng je in kaart in welke gemeenten nog een vergunningplicht voor kleine stations geldt en ga je daarover tijdig in gesprek, zodat projecten niet stranden op procedures.

Hoe zorgt TK ervoor dat je verder kunt?

TK helpt je bij het toetsen van verordeningen en omgevingsplanregels, het opstellen van en onderhandelen over opstalrechten met een regieartikel en samenwerkingsovereenkomsten, en bij bezwaar en beroep wanneer een vergunningplicht ten onrechte wordt tegengeworpen.

Wil je weten wat deze uitspraak betekent voor jouw organisatie of lopende projecten?

Neem contact op met Marc of één van de andere professionals het team. We denken graag met je mee.