Wie vermoedt dat de wederpartij relevante financiële stukken achterhoudt, heeft een wettelijk middel om die toch boven tafel te krijgen. Een recente beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden laat zien hoe ver dat middel reikt en, even belangrijk, waar het ophoudt.
De zaak
Partijen voeren een procedure over de vaststelling van kinder- en partneralimentatie. De man exploiteert een coffeeshop als eenmanszaak. De vrouw vermoedt dat hij zwarte inkomsten heeft die niet in zijn jaarstukken of belastingaangiften zijn terug te vinden. Het hof had haar in een eerdere beschikking opgedragen dat vermoeden te bewijzen.
Om aan die bewijsopdracht te kunnen voldoen, vordert de vrouw op grond van artikel 194 Rv inzage in een reeks financiële stukken van de man: jaarstukken en aangiften inkomstenbelasting over 2024 en 2025, bankafschriften van alle zakelijke en privérekeningen over de laatste twaalf maanden, kasadministratie, pintransacties, facturen van het pinapparaat in de coffeeshop en het volledige Bibob-advies dat de gemeente heeft laten uitvoeren. De man verzet zich en stelt onder meer dat de vordering neerkomt op een fishing expedition, dat hij niet gehouden is rekening en verantwoording af te leggen over zijn inkomsten en uitgaven, en dat de vrouw de kosten van de informatieverstrekking moet dragen.
De rechtsvraag
De centrale vraag is of de vrouw op grond van artikel 194 Rv recht heeft op inzage in de gevorderde stukken, en zo ja, in welke omvang. Artikel 194 lid 1 Rv geeft een partij bij een rechtsbetrekking het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens waarover de wederpartij beschikt, mits zij daarbij voldoende belang heeft. Artikel 195 lid 1 Rv geeft de rechter de bevoegdheid de wederpartij daartoe te bevelen. De uitzondering is tweeledig: het recht op inzage vervalt als de wederpartij een verschoningsrecht heeft of als gewichtige redenen zich ertegen verzetten.
Een bijkomende vraag is of het verweer van de man, dat de vrouw haar vordering onvoldoende heeft afgebakend en daarmee een fishing expedition start, het verzoek kan blokkeren.
Het oordeel
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees de vordering gedeeltelijk toe bij beschikking van 30 juli 2026 ECLI:NL:GHARL:2026:4987
Jaarstukken en belastingaangiften
Het hof wijst de vordering toe. De vrouw heeft voldoende belang: het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven schrijft al voor dat van een zelfstandige stukken moeten worden overgelegd die inzage geven in zijn financiële situatie. Van een verschoningsrecht of andere zwaarwegende reden is niet gebleken.
Bankafschriften
Het fishing expedition-verweer van de man slaagt niet. Het hof overweegt dat de vrouw niet precies kon weten hoeveel bankrekeningen de man heeft en bij welke banken hij die aanhoudt. Dat gebrek aan wetenschap is nu juist de reden waarom zij haar vordering niet verder kon concretiseren, en het is ook precies waarop de bewijsopdracht ziet. Het hof gelast afgifte van alle bankafschriften, zakelijk én privé, over de periode 1 januari 2025 tot 1 januari 2026. De beperking tot twaalf maanden weegt mee in het oordeel dat de maatregel proportioneel is.
Kasadministratie en facturatie
Deze vorderingen wijst het hof af. De kasadministratie biedt geen meerwaarde omdat gestelde zwarte contante ontvangsten daarin per definitie niet zullen zijn opgenomen. De pintransacties zullen blijken uit de al te verstrekken bankafschriften van de zakelijke rekeningen.
Pinapparaat
De vordering om inzage in de bedragen die klanten via het pinapparaat opnemen, wijst het hof af. Het hof acht aannemelijk dat de man daarin geen inzicht heeft, mede gelet op de privacy van de klanten. De huurovereenkomst en de facturen van de verhuurder van het pinapparaat wijst het hof wél toe.
Bibob-advies
Het onderzoek was op het moment van de zitting nog niet afgerond. Alleen al om die reden wijst het hof de vordering af. Een aanvullend verzoek om onderliggende stukken van het Bibob-onderzoek wordt verworpen als te laat ingediend en onvoldoende onderbouwd.
Geheimhouding en kosten
De man verzoekt om geheimhouding op straffe van een boete en om vergoeding van de kosten van informatieverstrekking. Het hof wijst de boete af: de procedure vindt al achter gesloten deuren plaats, wat de stukken van rechtswege vertrouwelijk maakt. De kosten voor de jaarstukken en bankafschriften komen voor rekening van de man, omdat hij deze stukken al eerder in de procedure had moeten inbrengen. Alleen de kosten voor de facturen van het pinapparaat komen voor rekening van de vrouw.
Gevolg voor de praktijk
Deze beschikking is gewezen in een familierechtelijke context, maar de redenering van het hof onder artikel 194 Rv is breder toepasbaar. De bepaling staat in het algemene procesrecht en geldt ook in civiele geschillen tussen bedrijven en instellingen. Wie als aandeelhouder, schuldeiser of contractspartij vermoedt dat de wederpartij financiële informatie achterhoudt, kan langs dezelfde lijn inzage vorderen.
Twee elementen uit deze beschikking zijn daarvoor praktisch relevant. Ten eerste: de vordering hoeft niet op de centimeter te zijn afgebakend als het gebrek aan specificiteit nu juist het gevolg is van het informatievoordeel van de wederpartij. Het fishing expedition-verweer houdt dan geen stand, mits de rechter de omvang van de gevorderde inzage zelf kan begrenzen, bijvoorbeeld door een periode te stellen. Ten tweede: wie stukken in een procedure moet overleggen en dat nalaat, draagt de kosten van een latere gedwongen afgifte zelf.
De beschikking maakt ook duidelijk waar artikel 194 Rv zijn grenzen heeft. Informatie die de wederpartij aantoonbaar niet heeft, valt buiten bereik. Een vordering die te laat in de procedure wordt ingediend of onvoldoende is onderbouwd, stuit op procedurele bezwaren.
Wat je kunt doen
Vermoed je dat financiële geldstromen bij de wederpartij niet kloppen of dat relevante stukken worden achtergehouden, dan is het zinvol om vroegtijdig na te gaan of artikel 194 Rv een bruikbaar instrument is. De timing van zo'n vordering is wezenlijk: te laat indienen kan tot afwijzing leiden, ongeacht de inhoudelijke merites.
Het team Corporate & Commercial Litigation van TeekensKarstens denkt graag met je mee over de bewijspositie, de formulering van een inzagevordering en de verdere processtrategie. Wij kijken samen of een bevel tot afgifte van stukken in jouw situatie kansrijk is en hoe je de vordering zo concreet mogelijk kunt onderbouwen.
Meer informatie?
Neem contact op met Michiel of één van de andere professionals uit het team Corporate & Commercial Litigation.