Een bedrijfsovername biedt kansen, maar brengt ook risico's met zich mee. Zeker als de overgenomen onderneming al verlieslatend is, kan een deal snel omslaan in een geschil over aansprakelijkheid, contractuele garanties en de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is. Een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam laat zien hoe snel het mis kan gaan en welke contractuele valkuilen op de loer liggen bij overnametransacties. Voor elke onderneming die een overname overweegt of recent heeft afgerond, bevat deze zaak waardevolle lessen.
Wat speelde er?
In deze zaak verkocht Dümmen Orange (DO), onderdeel van een internationaal concern in de sierteelt, alle aandelen in twee dochtervennootschappen (de Rijnplant Entiteiten) aan het familiebedrijf Houwenplant. De koopprijs bedroeg symbolisch EUR 1,00, aangevuld met uitgestelde betalingsverplichtingen van in totaal EUR 650.000,00. Nog geen drie maanden na de overname op 1 maart 2024 gingen de overgenomen vennootschappen failliet. Dat leidde tot een omvangrijk overnamegeschil, waarin beide partijen elkaar over en weer aansprakelijk stelden voor miljoenen euro's aan schade.
Vrijwaringsbepaling: de reikwijdte is allesbepalend
Een belangrijk twistpunt betrof een vrijwaringsbepaling voor werknemerskosten. DO claimde ruim EUR 1,2 miljoen omdat 24 werknemers na het faillissement niet bleken te zijn overgegaan naar de overgenomen ondernemingen. De rechtbank wees deze vordering af. Volgens de rechter zag de vrijwaring op de situatie dat één of enkele werknemers bezwaar zouden maken tegen de overgang, niet op het scenario dat geen enkele werknemer was overgegaan. De taalkundige uitleg van het contract was doorslaggevend en DO had onvoldoende aangetoond dat partijen een bredere werking voor ogen hadden. Bovendien achtte de rechtbank het beroep op de vrijwaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, omdat DO zelf had medegedeeld dat de overgang van werknemers vanzelf zou verlopen.
Dit onderstreept hoe belangrijk het is om vrijwaringsbepalingen nauwkeurig te formuleren. Bij een commerciële overeenkomst tussen professionele partijen kent de rechter in beginsel grote waarde toe aan de letterlijke tekst.
Geen verplichting om te blijven financieren
DO betoogde ook dat Houwenplant had toegezegd de ondernemingen voort te zetten en te financieren. De rechtbank las die verplichting niet in het contract. Het betreffende artikel ging over de beëindiging van groepsrelaties en de eigen verantwoordelijkheid van de koper voor het werkkapitaal. Een verplichting om ongeacht de economische omstandigheden te blijven financieren stond daar niet. De rechtbank benadrukte dat DO er rekening mee had moeten houden dat Houwenplant zich gedwongen zou kunnen voelen het faillissement aan te vragen, zeker nu DO wist dat de financiële mogelijkheden van Houwenplant beperkt waren.
Due diligence: geen luxe maar noodzaak
Een opvallend element in deze zaak is de rol van het due diligence-onderzoek. De adviseur van Houwenplant had uitdrukkelijk geadviseerd om een gedegen financieel, fiscaal en juridisch onderzoek uit te voeren. Houwenplant volgde dat advies niet op en sloot de deal onder tijdsdruk na slechts een beperkt onderzoek. De rechtbank oordeelde dat Houwenplant zich daardoor niet achteraf op het standpunt kan stellen dat DO alle relevante informatie spontaan had moeten delen. Wie bewust afziet van een deugdelijke due diligence, legt de lat voor een succesvol beroep op onrechtmatige daad aanzienlijk hoger.
Bedrog als uitzondering op contractuele uitsluiting
In de leveringsakte hadden partijen afstand gedaan van het recht om de koopovereenkomst te vernietigen. Toch opende de rechtbank de deur voor vernietiging op grond van bedrog. Professionele partijen kunnen weliswaar contractueel afstand doen van vernietigingsrechten, maar dat geldt niet als een partij willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken geeft. De rechtbank gaf Houwenplant een bewijsopdracht: zij moet aantonen dat DO voorafgaand aan de deal opzettelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard dat er geen problemen waren met andere afnemers dan de ene partij waarvan Houwenplant al wist.
Balansgarantie: beperkt maar wel geschonden
De koopovereenkomst bevatte een balansgarantie. De rechtbank stelde vast dat deze garantie was geschonden voor een bedrag van € 279.115,74, betreffende ontbrekende posten op de overdrachtsbalans. De maximale aansprakelijkheid van DO was contractueel begrensd op € 500.000,00. De rechtbank achtte die beperking geldig en oordeelde dat Houwenplant onvoldoende had onderbouwd dat zij de deal helemaal niet zou hebben gesloten als alleen deze posten juist waren vermeld.
Wat betekent dit voor jouw bedrijf?
Deze uitspraak maakt duidelijk dat zorgvuldigheid bij een bedrijfsovername op meerdere fronten loont. Zorg ervoor dat vrijwarings- en garantiebepalingen in koopovereenkomsten precies dekken wat je beoogt, want de rechter kijkt allereerst naar de letterlijke tekst. Voer altijd een gedegen due diligence uit, ook als er tijdsdruk is. Het overslaan van dit onderzoek kan je later duur komen te staan, omdat je dan moeilijker kunt aantonen dat de verkoper onrechtmatig heeft gehandeld. Wees je bewust van de werking van een "as is"-clausule, want daarmee aanvaard je de onderneming in de staat waarin deze zich bevindt. Let er tot slot op dat een contractuele uitsluiting van vernietiging niet standhoudt als sprake is van bewust onjuiste informatie of het achterhouden van relevante feiten.
Meer informatie?
Het team Corporate & Commercial Litigation van TK helpt je graag bij het beoordelen van overnamegeschillen. Neem vrijblijvend contact op met Michiel voor advies op maat.