Terug naar nieuwsoverzicht

Corporate & Commercial Litigation

Uitgetreden vóór dé deal: het antispeculatiebeding!

Wie als partner uittreedt uit een coöperatie of samenwerkingsverband, net voordat een grote aandelentransactie plaatsvindt, verwacht soms dat hij of zij volledig meedeelt in de gerealiseerde meerwaarde. Een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden maakt echter duidelijk dat de letterlijke tekst van contractuele bepalingen daarin bepalend is, en dat een uitgetreden partner niet zomaar aanspraak kan maken op de goodwill van de volledige onderneming als slechts een deel daarvan wordt verkocht. Deze uitspraak is relevant voor iedereen die actief is binnen een coöperatie, een samenwerkingsverband of een andere gestructureerde partnershipvorm, en die te maken kan krijgen met een toekomstige investering door een externe financier of private equity-partij.

De kern: contractsuitleg bij uittreding en goodwill

In veel samenwerkingsverbanden, en zeker in coöperaties, worden de rechten en verplichtingen van partners bij uittreding nauwkeurig vastgelegd in algemene bepalingen of aansluitingsovereenkomsten. Een veelvoorkomend onderdeel daarin is het antispeculatiebeding. Dit beding regelt kort gezegd het recht van een uitgetreden partner op een nabetaling, wanneer de onderneming kort na zijn of haar vertrek aan een derde wordt overgedragen. De gedachte erachter is begrijpelijk: wie jarenlang heeft bijgedragen aan de opbouw van een onderneming, moet niet met lege handen staan als die onderneming vlak na zijn vertrek wordt verkocht.

Maar de uitvoering van zo'n beding roept in de praktijk al snel vragen op. Geldt het antispeculatiebeding ook als slechts een deel van de aandelen wordt overgedragen? Heeft een uitgetreden partner recht op de goodwill van de volledige onderneming, of alleen op de goodwill die is gerealiseerd door het deel dat daadwerkelijk is verkocht? En welke rol speelt de letterlijke tekst van de overeenkomst ten opzichte van wat partijen in vergaderingen hebben besproken?

Het antwoord op deze vragen hangt in grote mate af van de formulering van de contractuele bepalingen en de context waarin zij tot stand zijn gekomen.

De uitspraak

In deze zaak stonden twee uitgetreden partners van een grote accountantscoöperatie tegenover hun voormalige samenwerkingsverband. Beide partners waren via hun persoonlijke vennootschappen jarenlang verbonden aan de coöperatie. In 2022 traden zij uit. Kort daarna verkreeg een private equity-investeerder een indirect belang van 49% in de vennootschappen van de coöperatie, door de aankoop van 49% van de aandelen in een tussenholding.

De uitgetreden partners stelden dat het geheel van transacties dat aan de aandelenoverdracht voorafging, in onderlinge samenhang moest worden beschouwd als een volledige verkoop van de onderneming. Op basis daarvan maakten zij aanspraak op 100% van hun aandeel in de gerealiseerde goodwill. De coöperatie stelde dat het antispeculatiebeding alleen van toepassing was op de daadwerkelijk overgedragen 49%, en dat de partners dus ook slechts recht hadden op een nabetaling naar rato van dat percentage.

Het hof volgde het standpunt van de coöperatie. Bepalend was de uitleg van het antispeculatiebeding in samenhang met de bepalingen over de goodwillregeling bij uittreding. Het hof overwoog dat aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen in beginsel grote betekenis toekomt, juist omdat het hier zakelijke bepalingen betrof die bij notariële akte zijn vastgelegd en die ertoe strekken de wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig te regelen.

De interne herstructurering die aan de uiteindelijke aandelenoverdracht voorafging, bestempelde het hof als een interne reorganisatie die geen overdracht van de volledige onderneming aan een derde opleverde. De nabetaling op grond van het antispeculatiebeding was daarom beperkt tot het verschil tussen de bij uittreding betaalde goodwill en de goodwill die was begrepen in de koopsom voor het overgedragen deel van de onderneming, te weten de 49%. De vorderingen van de uitgetreden partners werden afgewezen en de proceskosten werden aan hen opgelegd.

Wat betekent dit voor jouw bedrijf?

Deze uitspraak raakt aan een vraagstuk dat in de praktijk bij veel samenwerkingsverbanden speelt: de spanning tussen wat contractueel is vastgelegd en wat een partij in redelijkheid verwacht bij uittreding. Dat geldt zeker in situaties waarin een externe investeerder in beeld komt, of wanneer een onderneming een strategische herstructurering doorvoert voorafgaand aan een transactie.

Een eerste en voor de hand liggende les is dat de exacte bewoordingen van het antispeculatiebeding en de goodwillregeling in jouw overeenkomst van doorslaggevend belang zijn. In deze zaak was de nabetaling contractueel gekoppeld aan de goodwill die door een derde werd betaald voor het overgedragen deel van de onderneming. Dat de overige waarde van de onderneming mogelijk hoger was dan eerder bepaald, deed niet ter zake: de uitgetreden partners hadden contractueel simpelweg geen recht op die resterende meerwaarde.

Een tweede les betreft de rol van besluiten die zijn genomen in ledenvergaderingen of andere overlegorganen. In deze zaak had het bestuur van de coöperatie tijdens ledenvergaderingen herhaaldelijk uiteengezet dat het antispeculatiebeding alleen zou worden toegepast over de 49% die aan de externe investeerder zou worden overgedragen. De vergadering had met deze uitgangspunten ingestemd. Hoewel partijen discussieerden over de vraag of dit een bindend besluit opleverde, stelde het hof vast dat in elk geval niet was gebleken dat de coöperatie bij de uitgetreden partners de indruk had gewekt dat zij voor 100% zouden delen in de additionele goodwill.

Een derde les raakt aan het leerstuk van de redelijkheid en billijkheid. De uitgetreden partners stelden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat zij minder ontvingen dan de aangebleven partners. Het hof wees dit standpunt af. De aangebleven partners hadden immers een herinvesteringsverplichting op zich genomen en liepen een reëel financieel risico als zij zelf binnen drie jaar na de transactie zouden uittreden. Dat risico ontbrak bij de uitgetreden partners. Het enkele feit dat anderen meer hebben ontvangen, maakt een contractuele uitkomst niet onaanvaardbaar.

Welke stappen kun jij zetten?

Als je actief bent binnen een coöperatie, maatschap, of een andere samenwerkingsstructuur waarbij uittreding en goodwillvergoedingen een rol spelen, is het verstandig om jouw contractuele positie tijdig in kaart te brengen, zeker wanneer een externe investering of aandelentransactie aanstaande is.

Dat begint bij een grondige analyse van de bestaande overeenkomsten. Zijn de bepalingen over uittreding, goodwill en het antispeculatiebeding helder en ondubbelzinnig geformuleerd? Dekt de tekst de situaties die in de toekomst kunnen ontstaan, zoals een gedeeltelijke aandelenoverdracht aan een private equity-partij? Of bestaat er ruimte voor meerdere interpretaties, waardoor een geschil al snel op de loer ligt?

Wanneer een herstructurering of transactie in voorbereiding is, is het van belang om de gevolgen voor uitgetreden of uittredende partners vooraf expliciet te regelen. Ongeadresseerde vragen over de toepassing van een antispeculatiebeding leiden, zoals in deze zaak, tot langdurige en kostbare procedures. Heldere afspraken, vastgelegd in een notariële akte of een aanvullende overeenkomst, voorkomen discussie achteraf.

Kom je toch in een situatie terecht waarin jouw aanspraken worden betwist, of waarbij de toepassing van een contractuele bepaling ter discussie staat, dan is vroegtijdig juridisch advies onmisbaar. Een geschil als dit, waarbij contractsuitleg, goodwillberekeningen en de reikwijdte van een antispeculatiebeding samenkomen, vraagt om specifieke kennis van zowel contractenrecht als geschilbeslechting.

Meer informatie?

Wil je weten hoe jouw samenwerkingsovereenkomst of de bepalingen over uittreding en goodwill zijn geformuleerd, en welke risico's daarin schuilen bij een toekomstige transactie? Of heb je al te maken met een geschil over een uittreedvergoeding of de toepassing van een antispeculatiebeding? Het team Corporate & Commercial Litigation van TK denkt graag met je mee.

Neem vrijblijven contact op met Michiel en laat je adviseren door specialisten die dagelijks werken aan contractenrecht, geschilbeslechting en complexe commerciële procedures.